
Hoe komen onze taalregels tot stand?
beeld: Elif Kırankaya
Veel van de taalregels die wij nu gebruiken, zijn in de zeventiende en achttiende eeuw geformuleerd. Promovenda Eline Lismont onderzocht in een dubbeltraject aan de universiteiten van Leiden en Brussel wat ervoor zorgde dat sommige een succes werden en andere snel werden vergeten.
Was in de middeleeuwen Latijn de taal bij uitstek voor schriftelijke communicatie, in de zestiende eeuw maakt de volkstaal een opmars. Stromingen als de Renaissance en het humanisme wilden de Bijbel voor iedereen beschikbaar maken, waardoor steeds meer teksten ook in het Nederlands worden gedrukt. ‘Als je een Bijbelvertaling op grote schaal wilt verspreiden, heb je nood aan een uniforme taal’, vertelt Lismont. ‘Voor het eerst worden er daarom regels geformuleerd die breed worden verspreid. Ik heb onderzocht in hoeverre die ook daadwerkelijk werden toegepast.’
Proces van eeuwen
Lismont vergeleek daarvoor grammatica’s en schoolboeken, die voorschrijven hoe het nieuwe gestandaardiseerde Nederlands eruit zou moeten zien, met ‘natuurlijk’ taalgebruik in administratieve teksten, gedrukte teksten en dagboeken of reisverslagen. ‘In die vroege periode van de zestiende, zeventiende eeuw zie je nauwelijks invloed van die nieuwe taalregels op het bredere taalgebruik. In gedrukte werken wordt er vaak rekening mee gehouden, omdat die worden geredigeerd, maar in bijvoorbeeld reisverslagen spelen ze nauwelijks een rol. Dat is op zich niet zo verrassend, omdat de nieuwe regels vooral worden geformuleerd voor een hogere sociale klasse. Mensen die voor zichzelf een reisverslag bijhielden, waren er veel minder mee bezig.’
Pas in de achttiende eeuw dringen de taalregels door onder bredere lagen van de bevolking. ‘Door het Verlichtingsideaal en het opkomende nationalisme ontstaat het idee dat er één taal voor de natie moet komen’, legt Lismont uit. ‘Schoolboeken worden voor een breder publiek geschreven en breder verspreid. Vanaf dat moment zie je dat de geformuleerde regels daadwerkelijk breed worden toegepast, al zie je nog wel grote verschillen in het succes.’
Verschil in succes
Een eenvoudige spellingregel als ‘gebruik voortaan “aa” in plaats van “ae”’ wordt al snel breed toegepast, terwijl het verschil tussen ‘hen’ en ‘hun’ voor veel gebruikers lastig blijft. ‘Dat onderscheid bestond aanvankelijk niet in het Nederlands, maar is in de zeventiende eeuw toch ingevoerd’, zegt Lismont. ‘Daaraan zie je hoe ingewikkeld het is om een nieuwe taalregel te introduceren. Hen en hun is een van de weinige waarbij dit is gelukt, maar zelfs nu hebben veel mensen er nog moeite mee. Wat veel beter gaat, is het versnellen of juist tegenhouden van bestaande veranderingen.’ Dan gaat het over spellingsregels, maar bijvoorbeeld ook over het gebruik van ‘groter als’ in plaats van ‘groter dan’. Lismont: ‘Daar wordt zoveel kritiek op gegeven dat die nooit helemaal doorzet.’
Politieke invloed
Een andere factor die bepalend is voor het succes van de regelgeving is de politieke situatie. In de Noordelijke Nederlanden volgt de behoefte aan standaardisatie op de onrust van de Opstand, in het huidige België komt die pas in de achttiende eeuw echt op gang. ‘Je ziet dat mensen daar veel langer vasthouden aan bijvoorbeeld ‘ae’. Dat wordt zelfs voorgeschreven in schoolboeken en mede daardoor heel lang als typisch zuidelijk beschouwd’, legt Lismont uit. ‘Pas wanneer het Koninkrijk der Nederlanden ontstaat tussen 1815 en 1830, neemt de invloed van het noorden toe. Mensen gaan dan vaker ‘aa’ schrijven, maar degenen die echt een eigen natie willen, houden juist vast aan ‘ae’.’