Universiteit Leiden

nl en

Don Weenink nieuwe hoogleraar Geweld en Ordehandhaving: ‘Ik verwonder me over hoe geweld ontstaat’

Waarom plegen mensen geweld? Een vraag die waarschijnlijk niet veel mensen bezighoudt, maar Don Weenink onderzoekt het al vele jaren. De socioloog mag zich sinds 1 maart hoogleraar Geweld en Ordehandhaving noemen.

Je hebt tien jaar gewerkt bij de Universiteit van Amsterdam. Vanwaar de overstap?

‘Bij de afdeling Sociologie heb ik een onderzoekslijn naar geweld opgebouwd. Maar hier bij de Universiteit Leiden sluit mijn onderzoek en onderwijs beter aan bij een groter geheel, bij de UvA was ik een van de weinige sociale wetenschappers die geweld onderzocht. Ik heb hier trouwens al eerder lesgegeven in de mastertrack Governance of Violence.’

Dat lijkt me een mooie nieuwe uitdaging.

‘Ja, het is goed om hier te zijn. Ik zie hier meer gemeenschappelijkheid. Er wordt bijvoorbeeld meer gesproken over onderwijs als gezamenlijke verantwoordelijkheid.  Nieuw voor mij is de directe koppeling tussen onderwijs en onderzoek, zo biedt de onderzoeksgroep Geweld en geweldspreventie, waar ik deel van uitmaak, een minor en een mastertrack.’

Don Weenink, nieuwe hoogleraar Geweld en Ordehandhaving.

Waar richt je je op dit moment op?

‘Ik doe samen met een collega van de VU een onderzoek naar hoe Europese politieorganisaties omgaan met protestgroepen die zich niet willen binden aan afspraken. Ze komen dan bijvoorbeeld in groten getale op een andere plek bij elkaar dan afgesproken. Soms koesteren ze een anti-overheidssentiment. Als agenten worden gezien als vertegenwoordigers van die vermaledijde overheid kan dit de kans op geweld tegen de politie vergroten.

Voor een deel lijkt het anti-overheidssentiment overigens een na-ijleffect van het verzet tegen covid-gerelateerde maatregelen. Er lijkt ook sprake van nieuwe, onervaren protestgroepen, waardoor het voor de politie lastiger is om demonstraties in goede banen te leiden. Het is de vraag hoe dat zich in Nederland verder ontwikkelt. Sommige mensen menen helaas dat voor het bereiken van een hoger doel veel middelen geoorloofd zijn.’

Spreek je dan deze personen voor je onderzoek?

‘Nee, maar dat hebben we wel gedaan na de rellen in Rotterdam in 2021 rondom de Coolsingel. Dat is denk ik nog steeds een trauma voor de Rotterdamse politie. Tamelijk onverwacht kwam er toen een mensenmassa op de been, onder andere bewapend met zwaar vuurwerk en de politie was zwaar in de minderheid. Dat leidde tot heel angstige situaties voor de politie.’

Persoonlijk

Don Weenink (56) woont in Nijmegen. Hij is getrouwd en heeft twee zoons. Een grote passie is muziek; hij houdt van jazz en is drummer. Ook loopt hij graag hard in de mooie omgeving.

Hoe kwam het tot geweld?

‘Jongeren die stenen hadden gegooid benoemden dat zij het gevoel hadden dat hun aanwezigheid op openbare plekken zoals de Coolsingel voor anderen, met name de politie, voorwaardelijk is. Het gevoel dat zij alleen geaccepteerd worden zolang ze expliciet laten zien dat ze zich netjes gedragen. Dit geldt met name voor jongens die zichtbaar behoren tot een etnische minderheid. Zij voelen zich vaker onterecht gecontroleerd en worden er daadwerkelijk ook vaker uitgepikt door de politie. Ook zaten er hooligans tussen die een moeizame of zelfs vijandige relatie hebben met de politie.

'Jongens die zichtbaar behoren tot een etnische minderheid voelen zich vaker onterecht gecontroleerd en worden er daadwerkelijk vaker uitgepikt'

Dat kan je denken: dat is toch geen rechtvaardiging voor geweld. Nee, maar om geweld te verklaren moet je proberen te begrijpen wat de plegers beweegt. En dan zit een moreel oordeel in de weg. Voor beide groepen was de situatie een omkeringsmoment: nu zijn wij dominant en is die ruimte van ons. Op videobeelden zie je euforie en dominantie: wij hebben gewonnen.’

Maar niet iedereen gaat over op geweld?

‘Niet iedereen gebruikt geweld onder dezelfde omstandigheden. Het gaat meestal om mannen die een bepaalde vertrouwdheid hebben met geweld, op wat voor manier dan ook. Dat kan gaan om geweld op straat, thuis of door kickbokservaring, en al die ervaringen versterken elkaar.

'Iedereen kan een schop uitdelen, maar hoe trefzeker ben je?'

Mijn stelling is dat degenen die het eerst tot geweld overgaan gewend zijn om te intimideren en om geweld te gebruiken. Neem schoppen naar een ME’er. Iedereen kan een schop uitdelen, maar hoe trefzeker ben je? Hoe weet je wat de inslagkracht van je trap is, wat dit met de ander doet? Als je niet regelmatig geweld hebt gebruikt, dan weet je dat niet. En dan is er een opgewonden massa. Hoe massaler het is, hoe kleiner de klapkans (naast de pakkans): in  hoeverre is de ME in staat mij pijn te doen? In dit geval was de kans klein. En dat neemt voor sommigen belemmeringen weg. Om met vuurwerk te gooien bijvoorbeeld.’

Na al het onderzoek naar groepsgedrag: ben je je ervan bewust hoe jij je gedraagt in een groep?

‘Ja, en dat is denk ik eigenlijk altijd al zo geweest. Daar komt waarschijnlijk ook een deel van de verwondering uit voort. Een voorbeeld: vandaag gaf ik les over mijn onderzoek naar een heel heftige vorm van geweld, lynchings in Pakistan -ook een groepsproces. Hoe kan het dat een groep niet ingrijpt, de moordpartij en verminkingen goedkeurt tegen een enkeling die zich niet kan verweren? Dit zelfs aanmoedigt en noodzakelijk acht?

'Het gaat hier om een vorm van ordehandhaving, niet door de politie, maar door burgers'

De daders en de omstanders menen dat zij de vermeende wandaden van het slachtoffer gepast bestraffen en de morele orde handhaven. Zo van: wij zijn hier bezig met een morele vuilnis-ophaaldienst. Hoewel dit bijzonder respectloos klinkt naar de slachtoffers die op afschuwelijke wijze aan hun eind komen, is ook dit een voorbeeld van proberen te begrijpen welke betekenis de geweldplegers toekennen aan hun daden. De beschuldigingen die leiden tot zulke openbare executies berusten vaak op heel dun bewijs, op roddels.

Wat als crimineel wordt beschouwd verschilt per samenleving, denk bijvoorbeeld aan blasfemie. Het gaat hier om een vorm van ordehandhaving, niet door de politie, maar door burgers. Voor dit soort processen heb ik al lang een fascinatie, maar ik heb ze niet altijd als onderzoeksobject genomen.’

'Hoe kan het dat een groep niet ingrijpt, de moordpartij en verminkingen goedkeurt?'

Waar komt die fascinatie dan vandaan?

‘Ik heb in mijn jeugd meegemaakt dat er fors geweld werd gebruikt in het uitgaansleven. Dat heeft ergens zijn sporen achtergelaten, denk ik.  Zoals een vriend die in elkaar werd geslagen, of situaties waaraan ik net kon ontsnappen. Toen dacht ik al; wat gebeurt hier nou eigenlijk?

Laatst stond ik aan de zijlijn tijdens een wedstrijd van mijn voetballende zoon. Een van de ouders van onze club schold de grensrechter uit. Ik zei dat hij dat niet kon maken. De moraal en het groepsgevoel is sterk: jij als grensrechter behandelt ons verkeerd, jij past willens en wetens de regels verkeerd toe. Dat mensen daar zo door geraakt worden, vind ik heel verwonderlijk. Dat zie je op allerlei momenten en plekken.’

'Ik heb in mijn jeugd meegemaakt dat er fors geweld werd gebruikt in het uitgaansleven'

Het gaat hier dan wel om verbaal geweld.

‘Ja, dan komen we bij de vraag: wat is geweld? Mensen kunnen heel erg gekwetst worden door verbale intimidatie en langdurig pesten kan leiden tot levenslange trauma’s. Maar is dat een wetenschappelijke reden om van geweld te spreken? Moet je geweld definiëren op grond van de schade die iemand wordt toegebracht? Zelfs de dood van het slachtoffer is geen absolute maatstaf, want soms, zoals bij lynchings, stopt het geweld niet als het slachtoffer overleden is.’

Video's: naderend geweld wordt vaak aangekondigd

‘Wat mij opvalt aan de vele video’s van geweldsincidenten die ik heb geanalyseerd is dat mensen naderend geweld vaak aankondigen. Dan zeggen ze ‘noem me nog een keer dit of dat’ of ‘raak me aan’. Als mensen overgaan tot lichamelijk geweld, hebben zij meestal geen tijd meer om zich verbaal te uiten. Er zijn dan belangrijker zaken die hun aandacht vragen. Je zou kunnen zeggen dat ze letterlijk ‘met stomheid geslagen’ zijn; ze hebben niet meer de gelegenheid om met woorden betekenis te geven aan wat ze aan het doen zijn, waarmee ik overigens niet wil zeggen dat hun handelen redeloos is geworden.’

‘Het is belangrijk om precies te zijn als je onderzoek doet. In onze onderzoeksgroep bestuderen we voornamelijk lichamelijk geweld. Voor mij gaat het om het schade en pijn toebrengen aan het lichaam van een ander met als doel het gedrag van die ander te beëindigen of te veranderen. Het is de beheersing van het lichaam van de ander op een wijze die lichamelijke, emotionele en mentale schade toebrengt.’

Wat zijn je plannen?

‘Mijn nieuwe onderzoek vanuit de European Research Council (ERC)-Advanced Grant naar conflicten in de openbare ruimte tussen politie en burgers in Parijs, Berlijn en Londen start in april. De vraag die centraal staat is hoe conflict op een gegeven moment transformeert in eenzijdig geweld, waarbij één partij doorgaat met geweld gebruiken. Een andere vraag is op welke manieren mensen die in conflict zijn, proberen een ander emotioneel te raken, hoe te provoceren met woorden? En hoe dit schelden sociale scheidslijnen, zoals gender, etnische, raciale en klassenverschillen in stelling brengt. Er zijn wat dat betreft verschillen tussen de drie steden denk ik.’

Ten slotte: is er nog iets belangrijks dat je wil delen?

‘Er is naar mijn idee in de sociale wetenschap nog te weinig onderzoek dat laat zien wat mensen daadwerkelijk doen. Zeker als het gaat om geweld is het leerzaam om naar de praktijk kijken: waarom doen mensen de dingen die ze doen? Hoe begint geweld, hoe transformeert het, hoe eindigt het? Deze vragen kun je gaan stellen en de antwoorden hierop bieden handvatten om te interveniëren.’

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.